Malletband

Een benaming die in de jaren tachtig landelijk werd gebruikt voor de bezetting van een slagwerkgroep met marimba’s, xylofoons, bells/lyra’s en ongestemd slagwerk.

Daar al deze instrumenten met mallets (stokken) worden bespeeld, is voor de naam Malletband gekozen; zo ook bij de Nijmeegse Postharmonie.

 

Dat bij een vereniging die meer dan een eeuw bestaat er eerst andere varianten waren, moge duidelijk zijn. Bij de oprichting in 1906 waren er twee slagwerkers voor een kleine en een grote trom. De geschiedenis geeft aan dat er tot 1945 wisselend vier á vijf slagwerkers bij de Postharmonie speelden.

In 1945 werd er werkelijk een tamboerkorps opgericht. Het financieel jaarverslag over dat jaar geeft aan dat de kosten voor de slagwerkinstrumenten de somma van f 131,50 bedroegen.

 

De Postharmonie was in die tijd regelmatig in Duitsland te bewonderen en zo was het niet vreemd dat rond 1950 het tamboerkorps in de instrumentale bezetting een merkbaar Duitse invloed kreeg, met voorop lange dieptrommen die met veel visuele bewegingen het marsritme weergaven.

 

Uiteindelijk werd in 1960 afscheid genomen van al het oude slagwerk en werd het tamboerkorps voorzien van een totaal nieuw instrumentarium, geleverd door de firma Schreeven. Alleen het repertoire bleef nog wel traditioneel met de modelmarsen en de Franse parademarsen nummer 1 en 2.

 

Vanaf midden jaren zeventig werd ook begonnen om het traditionele repertoire te vervangen door een meer eigentijds repertoire met als gevolg dat er meer jongeren lid werden van de NPH.

Geleidelijk onderging in de jaren tachtig het tamboerkorps een ware metamorfose: de slagwerkers kregen in 1984 gezelschap van een lyra-sectie en nog iets later werden twee xylofoons en één marimba toegevoegd. Zo ontstond het Drum Lyra en Mallet korps.

 

De ontwikkeling van slagwerkinstrumenten stond niet stil en zo ontwikkelde Majestic voor marching mallets veel lichtere en beter draagbare instrumenten. Na veel wikken en wegen werd in 1989 besloten om over te stappen naar de nieuwe bezetting van deze mallet instrumenten waarmee tevens de lyra’s uit de bezetting verdwenen en de nieuwe naam Malletband werd aangenomen.

 

Ondanks dat de naam Malletband nog steeds is, is de bezetting meegegroeid met de tijd. De marching-instrumenten werden aangevuld met concert-instrumenten met veel meer octaven. De grote trom werd een concert bass en de surdo, djembé, pauken, buisklokken, vibrafoon, conga’s en drumset deden hun intrede in de band.

Maar ook de elektronica heeft zijn weg gevonden in het repertoire; bas-gitaar, keyboard en een zanginstallatie zijn niet meer weg te denken in de bezetting van deze malletband.

 

De brede muzikale bezetting biedt alle mogelijkheden qua repertoire. De werken variëren van Zuid-Amerikaans, dans, pop, musicals tot Afrikaanse beats en van zeer ingetogen werken tot spetterende slagwerkstukken.